De oneindige schoonheid van het betoverende Maleisië heeft al menig reizigershart sneller doen kloppen. Eeuwenlang trokken handelaars en ontdekkers naar dit land om hun geluk te zoeken of om een plaats te vinden waar zij zich konden vestigen. Gebruiken en talen afkomstig uit alle delen van de wereld vermengden zich met de rijke traditie van de inheemse bevolking tot een diverse en fascinerende cultuur.

Maleisië bestaat uit negen sultanaten op het schiereiland: Kelantan, Kedah, Johor, Pahang, Perak, Perlis, Terengganu, Negeri Sembilan, Selangor en de staten van Penang en Melaka die een gouverneur hebben. Samen met Sarawak en Sabah vormen zij de dertien staten van de Maleisische federatie met het federale territorium van Kuala Lumpur als hoofdstad. Elke staat heeft een gouverneur aan het hoofd staan. Uniek is dat de koning wordt verkozen uit de staatshoofden van elk van de negen sultanaten en slechts een regeerperiode heeft van vijf jaar.

Borneo, de groene parel

Borneo, het derde grootste eiland ter wereld na Groenland en Nieuw-Guinea beslaat een oppervlakte van om en bij de 740.000 vierkante kilometer. Meer dan 50% van het eiland bestaat uit laagland in de vorm van tropische regenwouden en moerasbossen. Rivieren vormen de hoofdaders voor transport en communicatie van het binnenland naar de kust. De meeste bewoning ligt dan ook geconcentreerd langs deze en andere rivieren en rond de kustgebieden. Politiek gezien kunnen we Borneo in drie regio’s verdelen: Maleisiё beslaat 35% van de oppervlakte van het eiland, 65% bestaat uit het Indonesische Kalimantan en minder dan 1% is de onafhankelijke staat van Brunei die ingesloten ligt in Maleisië.

Waar te beginnen

Maleisië is een ware smeltkroes van rassen en religies waar Chinezen, Indiërs, Malay en inheemse stammen harmonieus samenleven. Deze diversiteit zorgt ervoor dat Maleisië een gastronomisch paradijs is met honderden kleurrijke festivals. Ruige bergen, tropische regenwouden en mangroves met uniek dierenleven worden omzoomd door witte zandstranden en koraalriffen. Een land vol verrassingen.

West-Maleisië

Kuala Lumpur of liever “KL” was 130 jaar geleden slechts een smerig Chinees mijnwerkersstadje voor de tinhandel. Toen er steeds meer tin ontdekt werd, breidde de stad snel uit en bestreden geheime genootschappen elkaar voor de tinvoorraden. Eind 19de eeuw bundelden de Chinese leider Yap Ah Loy , de Britten en de schoonzoon van de Sultan van Selangor hun krachten om van Kuala Lumpur een waardige stad te maken. De stad was als een feniks, uit de as herrezen, met prachtige huizen, ontelbare miljonairs en er werd een spoorlijn aangelegd. Hiervan getuigt het in Moors-Arabische stijl opgetrokken centrale treinstation. Bijna 80% van de bevolking waren Chinezen die aan de Britten belastingen moesten betalen voor het gebruik van de haven, voor de opiumhandel, voor de activiteiten in de pandjeshuizen, … Tegelijkertijd zorgden de Britten voor opleidingen voor de begoede Maleiers en stroomden veel Indiërs het landen binnen als goedkope arbeidskrachten om op de rubberplantages te werken. Overal in de stad werden kleurrijke hindoetempels opgericht. Tijdens de woelige Japanse bezetting ontstond het eerste Maleis nationalisme en in 1957 werd Kuala Lumpur de hoofdstad van de onafhankelijke Maleisische federatie. Niet te missen tijdens een bezoek aan de stad zijn de Petronas Twin Towers, de Masjid Jame, het sultan Abdul Samad gebouw, de centrale markt en het imposanten Kuala Lumpur Railway Station. Ook Chinatown en de Indische wijk zijn zeker een bezoekje waard.

Het 4343 km² grote nationaal park van Taman Negara bestaat uit ongerept tropisch regenwoud dat meer dan 130 miljoen jaar oud is en daarmee ouder is dan de Amazone. Zandsteen, kalksteen en graniet vormen de geologische basis van het park en je kan er de hoogste top van het schiereiland terugvinden, de Gunung Tahan met zijn 2178 m. Het park is een waar botanisch paradijs met reusachtige tualang-bomen, enorme varens, lianen en parasitaire planten. Veel van deze boom-en plantensoorten werden door de orang asli, de semi-nomadische en animistische oerwoudbewoners van Maleisië, gebruikt als medicinale planten. Hoog in de toppen van de bomen slingeren makaken, gibbons en langoeren en maken de kleurrijke neushoornvogels hun nesten. Verder kan je er eveneens grotere zoogdiersoorten vinden zoals wilde zwijnen, tapirs, olifanten, en met wat geluk een zeldzame neushoorn of tijger. Andere hoogtepunten van een bezoek aan het park zijn een verkenning van de “canopy walk” die een prachtig uitzicht biedt over de jungle en de rivier of een spannende nightwalk.

Vanuit het zuiden van het schiereiland Maleisië loopt een kronkelige weg tot 1500 meter hoogte naar de Cameron Highlands, die tijdens de koloniale periode werd aangelegd. Hier is het koel en fris en in de regenwouden die het hoogland omringen zijn verborgen paden te bewandelen, theeplantages te bezoeken en kleine dorpjes van de orang asli terug te vinden. Britse theeplanters en Chinese boeren ontsloten de regio die vroeger enkel bewoond werd door deze semi-nomadische orang asli die je nog steeds kan zien terugkeren van de jacht met de blaaspijp in de hand.

Het eiland Penang (eiland van de betelnoten) werd op het einde van de 18de eeuw door de Britse Oost-Indische Companie verworven als handelshaven voor de lucratieve handel met China. De stad Georgetown, genaamd naar de Britse koning George III, groeide dankzij de handelsactiviteiten met China, India en het Arabische schiereiland uit tot een multiculturele stad. Tot de belangrijkste bezienswaardigheden behoren de vrijwel intact gebleven oude Britse koloniale stadskern en Fort Cornwallis. Maar de Chinezen, die de helft van de bevolking van het eiland uitmaken, hebben de grootste stempel gedrukt op de stad en het eiland. In het oude stadsgedeelte van Georgetown vinden we opmerkelijke oude Chinese winkelpanden terug die in pastelkleuren geschilderd zijn en vaak versierd zijn met stucwerk. Achter deze kleurrijke façades bevinden zich traditionele Chinese apotheken, werkplaatsen van kistenbouwers, winkeltjes met traditionele kunst enz. De Chinezen lieten eveneens kleurrijke tempels en clanhuizen achter, die tussen de koloniale kerkjes, hindoetempels en moskeeën staan. Dit multicultureel en goed bewaarde historisch karakter van de stad gaf de doorslag voor UNESCO om Georgetown tot werelderfgoed te verklaren. De noordelijke kant van het eiland Penang is ook populair bij strandliefhebbers. Vooral Batu Ferringhi (de Portugese rotsen) is heel geliefd omwille van de goede restaurants, het strand en de nabijheid van het natuurpark, al is het zeewater niet ideaal om te snorkelen.

Al iets in gedachten? Laat het ons weten!

Borneo

De provincie Sarawak is de grootste provincie van de Maleisische federatie en beslaat 37,5% van de totale landoppervlakte met zijn 124.450 vierkante kilometer. De belangrijkste rivieren stromen allen van zuid naar noord, de Rajangrivier is met zijn 563 km de langste rivier van Sarawak en van Maleisië. In totaal wonen er ongeveer 2,4 miljoen mensen, dit wil zeggen ongeveer 20 inwoners per vierkante kilometer.

Slechts 21% van de bevolking bestaat uit de Maleiers of de nakomelingen van de inheemse bevolking die zich ongeveer 400 jaar geleden bekeerden tot de Islam en de tradities daarbij horend overnamen. De Melanie, waarvan er ongeveer 100.000 zijn in Sarawak zijn ook inheemse Maleiers maar ze spreken een ander dialect en hebben andere fysieke karakteristieken dan de Maleiers die jaar geleden van het schiereiland kwamen. In de grote steden zijn tevens veel Chinezen terug te vinden, immigranten die in de 19de eeuw zijn aangekomen. Zij beslaan ongeveer 29% van de bevolking van de provincie. De meeste van hen zijn afkomstig uit het zuiden van China en spreken verschillende dialecten zoals Kantonees, Hakka, Hokkien,… De grootste etnische groep zijn de Iban, die 30% van de bevolking beslaan, de vroegere koppensnellers. Een andere belangrijke etnische groep die voornamelijk in de streek van Kuching leeft zijn de Bidayuh, met ongeveer 107.000 vormen zij ook 5% van de bevolking van de provincie. Verder bestaat nog 5% van de bevolking van de provincie uit kleine minderheden zoals de Kenyah, Kayan, Kelabit, Lun Bawang, Kajang, Kedayan, Bisaya, Punan en Penan,…. Die bevolkingsgroepen werden het ergst getroffen door de houtkap en zijn zo een groot deel van hun leefgebied verloren.

De hoofdstad van Sarawak is Kuching en de naam van de stad komt van het Maleisische woord voor kat. Toen James Brooke voor het eerst de Sarawakrivier opvaarde, nam hij aan de kust enkele lokale mannen aan boord om hem veilig tot in de stad te gidsen. Hij zag langs de rivier een katachtige, waarschijnlijk een civerkat. De lokale mannen aan boord antwoordden hem “kuching” toen hij vroeg wat het dier was dat hij had gezien. Hij zou toen de stad de naam Kuching hebben gegeven. James Brooke, die vroeger in dienst was geweest van de Britse Oost-Indische Companie, besliste op ontdekkingsreis te gaan naar het binnenland van Borneo. In 1839 voer zijn zwaar bewapend schip “The Royalist” de Sarawak rivier op tot aan het gedeelte waar nu Kuching ligt. Wanneer hij voet aan wal zette en kennismaakte met de Prins Makota van Brunei, stelde hij deze voor te bemiddelen tussen het sultanaat en de rebelerende inheemse stammen. Laatsgenoemden waren zeer geïntimideerd door de, voor die tijd moderne wapens die Brooke bij zich had. Vrij snel kwam het tot een overeenkomst waarvoor de Sultan van Brunei de Brit zo dankbaar was, dat hij hem het hele grondgebied van wat nu Sarawak is schonk. James Brooke riep zichzelf uit tot “raja” of koning van Sarawak op 18 september 1842. Hij was de eerste van drie “witte raja’s” die gedurende bijna een eeuw over het gebied zouden heersen. Tussen 1854 en 1862 reisde de gekende Britse antropoloog Sir Alfred Russel Wallace door de Indo-Maleisische archipel. Wallace was een tijdgenoot van Charles Darwin die op uitnodiging van James Brooke twee jaar lang in Sarawak verbleef en er specimens verzamelde tijdens zijn reizen naar het binnenland. Hij ondekte een zeer uniek fenomeen op het eiland, namelijk dat de meeste vliegende diersoorten ter wereld op het eiland Borneo voorkomen, zoals de colugo of vliegende lemuur, vliegende eekhoorns, vliegende slangen, hagedissen en vliegende kikkers. Kuching heeft zich na de Japanse bezetting ontwikkeld tot één van de meest gezellige steden in Zuid-Oost Azië waar een unieke versmelting van culturen is terug te vinden tussen de inheemse stammen en de moderne Chinezen en Maleiers.

De Iban zijn de oorspronkelijke bewoners van het eiland Borneo die net zoals de andere Dayakstammen aan landbouw deden, producten uit de jungle verzamelden en leefden van de jacht en visvangst. Archeologische bewijzen duiden aan dat ze het eiland Borneo reeds 50.000 jaar geleden bevolkten. Ze migreerden vanuit de streek rond de Kapuas meren in Kalimantan naar de provincie Sarawak in de 15de eeuw. Hun stam groeide snel aan in aantal en verhoogde druk op het weinige cultiveerbare land dwong hen uit te wijken naar nieuwe gebieden. Men gelooft dat ze voor het eerst Sarawak binnen kwamen in de buurt van Serian, ongeveer op 40 km van de grens met Kalimantan. De Iban vochten tegen vijandige stammen die ze tegenkwamen, praticeerden het koppensnellen, deden aan slavernij, en namen het territorium van de inheemse bevolking van Sarawak over. Het inlijven van slaven was noodzakelijk voor de verkenning en exploïtatie van hun nieuw grondgebied. Ze waren de pioniers op het vlak van koppensnellen in Borneo en men neemt algemeen aan dat dit ontstond als gevolg van overbevolking. Hun manier van oorlog voeren was gruwelijk en bloederig en ze gingen bijna zover dat ze aan genocide deden. Verschillende stammen in Sarawak werden uitgemoord door de Iban en hun cultuur werd geassimileerd met die van de Iban. De Iban wonen traditioneel gezien in longhouses, dit zijn op palen gebouwde lange constructies die een dak van palmbladeren hebben. Een longhouse bestaat uit drie delen: de buitenste veranda wordt gebruikt om rijst, rubber of peper te laten drogen, de overdekte veranda of ruai is het gemeenschappelijk gedeelte waar de mensen hun werk doen en rusten en de bewaking ‘s nachts zal slapen. Elke familie heeft zijn eigen privévertrekken of bilik; een grote kamer.

Ongeveer 100 km ten zuidoosten van Miri ligt Mulu National Park, met een oppervlakte van 544 vierkante km het grootste nationaal park in de provincie Sarawak. De eerste belangrijke onderzoeksexpeditie uitgevoerd in 1977-78 door de Royal Geographical Society duurde 15 maanden en een team van 115 wetenschappers verdiepte zich in de ecologie van de jungle, in het plant-en dierenleven, in de geologie en de grotten en riviersystemen. Ze kregen hulp van de plaatselijke orang ulu bevolking die op het grondgebied van wat nu het park is, leefden (Penan, Berawan en Kayan). Het in 1984 opgerichte park werd voor bezoekers geopend in 1994. In het jaar 2000 riep UNESCO het park uit tot wereldpatrimonium op basis van alle vier criteria die de organisatie hanteert voor de toekenning: de geologische processen en landvorming die er voorkomen zijn getuige van één van de belangrijke fases in de geschiedenis van de aarde;  we kunnen er belangrijke ecologische en biologische processen waarnemen op het gebied van fauna en flora en in de ontwikkeling van eosystemen. Het park heeft een uitzonderlijke schoonheid aan natuurfenomenen en de aanwezigheid van unieke fauna en flora doet een enorme biodiversiteit ontstaan waarbij nog steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Verder voegde Unesco er aan toe dat het fenomeen van de dagelijks uitvliegende insectenetende vleermuizen en het leven dat voorkomt in de grotten, uniek is.

Mulu is het beste voorbeeld van karstprocessen ter wereld: karstverschijnselen ontstaan doordat de kalksteen of calciumcarbonaat wordt opgelost in rivier-en bodemwater waardoor holen, spleten en grotten ontstaan.

De provincie Sabah, met zijn oppervlakte van om en bij de 76.000 vierkante km en zijn inwonertal van 3,2 miljoen, is qua levensstandaard de armste provincie van Maleisië, niettegenstaande de grote rijkdom aan natuurlijke grondstoffen die werden leefgeroofd door de kolonisten en Chinese handelaars. Ongeveer 10% van de oppervlakte van de provincie is beschermd gebied en bestaat voor 3% uit nationale parken geleid door Sabah Parks en voor 7% uit natuurreservaten die beschermd worden door bosbeheer en wildbeheer (Sepilok, Gomantong), WWF (Lower Kinabatangan Wildlife Sanctuary) maar ook de Sabah Foundation beschermt bepaalde gebieden zoals Danum Valley en het Maliau basin. De belangrijkste bron van inkomsten voor de provincie is palmolie. In Sabah zijn 32 verschillende bevolkingsgroepen terug te vinden waarvan de belangrijkste de Dusun en Kadazan zijn, verder de Rungus, Murut, Bajau, orang sungai, Chinezen en Maleiers. De Kadazan, Dusun en Murut waren in het verleden ook gevreesde koppensnellers maar één keer per week werd er een vreedzame dag ingelast, de marktdag. Elke regio had zijn tamu of ontmoetingsplaats, een belangrijke plek waar de kustbewoners producten ruilden met de bewoners van het binnenland. Het was de dag dat het nieuws en de roddels  werden  verteld, rijstwijn werd gedronken en waterbuffels (voor de bruidsschat) werden verkocht. De markt vindt nog elke zondag plaats in Gaya Street in Kota Kinabalu.

De unieke primaten in Sabah en Sarawak

Neusaap
In Sarawak en Sabah kan je kennis maken met één van de meest unieke primaten ter wereld, de Nasalis Larvatus of de neusaap. In de mangroves en rivierbossen leven ze samen in familiegroepen bestaande uit één dominant mannetje met de kenmerkende grote neus, en zijn harem van vrouwtjes en de kinderen. Soms kom je ook een vrijgezellengroep van enkel mannetjes tegen, die niet sterk genoeg zijn om hun eigen harem te veroveren. Enkel de mannetjes hebben een enorme neus. wetenschappers denken dat die geen specifieke functie heeft buiten het imponeren van de vrouwtjes. Deze dieren eten geen zoete fruitsoorten, maar behoren tot de familie van de colobijnapen. Het zijn herkauwers, die het grootste deel van de dag nodig hebben om hun voedsel te verteren. Je herkent ze vrij eenvoudig door hun oranje vacht, lange witte staart en typische nasale geluid.

Orang-oetan

Ook de Pongo Pygmaeus, zoals de orang-oetan wetenschappelijk wordt genoemd, behoort tot de met uitsterven bedreigde diersoorten die we in Borneo kunnen ontdekken. De dieren bezitten 96,4% van de menselijke genen en behoren tot de meest intelligente van alle mensapensoorten. De gelijkenissen die ze vertonen met de mens zijn fascinerend. Orang-oetan betekent “man van het woud” en deze rode mensapen leven vooral in de kruinen van de bomen waar ze hun nesten maken om te overnachten. Overdag besteden ze het grootste deel van de tijd aan het zoeken naar vruchten zoals vijgen, maar ook planten, diereneieren of termieten. Ze leggen jaarlijks een enorme migratie af omdat de fruitbomen verspreid over de jungle elk hun eigen bloeitijd hebben. In tegenstelling tot de neusapenfamilies zie je in het wild enkel solitaire mannetjes of een vrouwtje met een kleintje, maar nooit grote groepen. De vrouwtjes trekken in principe rond door het territorium van de volwassen mannetjes, die je herkent aan hun enorme wangkwabben.

 

Kota Kinabalu kreeg de status van stad op 2 februari 2000 maar ontstond in 1881 als een kleine Britse vestiging en handelspost op het eiland Gaya, één van de vijf eilandjes die voor de kust van de huidige stad liggen. In 1899 wanneer de stad zich al een deel had uitgebreid, herdoopten zij het dorp Jesselton, naar Sir Charles Jessel, die vice-voorzitter van de Britse Noord-Borneo Companie. Jesselton was ook onder een andere naam bekend, namelijk api-api, hetgeen wil zeggen vuur of brand. Deze naam zou voortkomen uit het feit dat dikwijls brand uitbrak tijdens festiviteiten met vuurwerk. Anderen geven de verklaring van de avicennia bomen of kayu api waarvan het hout als brandhout om te koken gebruikt werd. Noord-Borneo of liever Sabah werd officieel een Britse kroonkolonie op 15 juli 1946 en tegelijkertijd werd Jesselton als hoofdstad gekozen. De vroegere hoofdstad Sandakan was immers door bombardementen verwoest. De stad werd volledig van uit het niets opgebouwd en op 30 september 1968 herdoopt tot Kota Kinabalu. Het nieuwe stadsgedeelte langs het water werd volledig gebouwd op land dat werd gewonnen op de zee. Vroeger waren er enkel waterdorpen en mangrovegebieden. Voor de stad strekt zich een marinepark uit dat bestaat uit vijf kleine eilandjes en gemakkelijk per boot te bereiken is; ideaal om te snorkelen of te duiken of gewoon te relaxen op de mooie stranden.

Sandakan was de vroegere hoofdstad van de Britse Noord-Borneo Company tot in 1883. Al snel ontwikkelde de stad zich tot een belangrijke handelspost. Tijdens het midden van de jaren 30 kende de houtexport in Sandakan zijn hoogtepunt; met 180.000 kubieke meter per jaar was het de belangrijkste exporthaven voor tropisch hout in de wereld. De stad kreeg de reputatie dat de hoogste concentratie van miljonairs ter wereld er woonde. Dit veranderde allemaal toen de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog de stad bezetten. In hun krijgsgevangenkamp in Sandakan werden in totaal 2700 Indonesische, Britse en Australische krijgsgevangenen gestationeerd die vanuit Singapore overgebracht werden om te helpen bij de aanleg van een militaire landingsbaan voor de bevoorrading van hun troepen. Na de volledige verwoesting van de stad op het einde van de oorlog, groeide Sandakan opnieuw uit tot een belangrijke havenstad voor de export van zeeproducten naar Japan, China, Korea en de Filipijnen. De stad kreeg eveneens het statuut van “Nature City” omdat het een perfecte uitvalsbasis vormt voor de ontdekking van de unieke fauna en flora van Borneo met de nabijheid van het rehabilitatiecentrum van Sepilok voor orang-oetans, het schildpaddeneiland Selingan en de Kinabatangan floodplain.

De Kinabatanganrivier stroomt vanuit zijn bron, de beboste heuvels van het Maliau basin in centraal Sabah, over een afstand van 560 km in oostelijke richting om daar uiteindelijk uit te monden in de Suluzee. Het is de langste rivier in Sabah en ze heeft een stroomgebied dat een oppervlakte van 16.800 vierkante kilometer beslaat. In 1999 werd de benedenloop van de rivier uitgeroepen tot “A Gift to the World” door WWF Maleisië, die in samenwerking met de Sabah Wildlife Departement en het Ministerie van Cultuur, Milieu en Toerisme het gebied beschermde en de “Lower Kinabatangan Wildlife Sanctuary” oprichtte ( 26.000 ha beschermd gebied ). Het riviervolk of de orang sungai is een algemene naam voor een veertigtal verschillende bevolkingsgroepen die leven rond de benedenloop van de Kinabatangan, en die afstammen van de inheemse Idakan, Dusun en Tambanua. Ze hangen de islam aan en leven van het verbouwen van droge rijst en groenten en ze planten semi-wilde fruitbomen voor eigen consumptie. Verder doen ze vooral aan visvangst en hebben ze garnaalkwekerijen. In het verleden verhandelden ze rotan, bijenwas, kamfer en eetbare zwaluwnestjes, hoorn van de sumatraanse neushoorn, van neushoornvogels,… (tegenwoordig illegaal). Bamboe en rotan worden gebruikt als bouwmaterialen en om visfuiken te maken. Sinds 1991 werken veel orang sungai in het ecotoerisme als uitstekende wildlife spotters voor de lodges aan de oevers van de Kinabatangan in Sukau. In dit beschermd gebied komen bijna alle op Borneo voorkomende diersoorten voor: orang-oetans, gibbons, neusapen, langoeren, neushoornvogels, dwergolifanten, nevelpanters, de Sumatraanse neushoorn, enz.

Rondreizen

Hieronder vind je een overzicht van al onze kant-en-klare rondreizen van minstens een week. Je kan simpelweg intekenen op een kant-en-klaar pakket of kiezen om hier of daar wat te vervangen. Wil je graag wat langer blijven dan het voorgestelde programma? Dan kan! Koppel twee rondreizen aan mekaar of neem ook eens een kijkje bij onze uitbreidingen.

Uitbreidingen

Voeg extra elementen toe aan je rondreis of kies voor extra specifieke excursies. Personaliseer je rondreis zoals je het zelf wil!

Belangrijk voor vertrek

Documenten & gezondheid

Internationaal paspoort

Voor een bezoek aan Maleisië heb je een internationaal reispaspoort nodig dat minstens nog 6 maanden na terugreis geldig is. Vraag je reispas tijdig aan!

Visum

Houders van een Belgisch, Nederlands of Frans reispaspoort hoeven geen visum aan te vragen voor een toeristisch bezoek aan Maleisië van maximaal 90 dagen. Voor langere bezoeken moet een visum aangevraagd worden op de Maleisische ambassade. Andere nationaliteiten dienen de Maleisische ambassade te contacteren voor specifieke visumvereisten.

Reisverzekering

Zorg best voor een uitgebreide reisverzekering, en hou je polisnummer op zak, samen met de noodnummers van uw verzekeringsmaatschappij.

Inentingen

Er zijn geen inentingen verplicht en de toeristische gebieden zijn malariavrij. Nochtans wordt aangeraden je reeds ruime tijd vóór de afreis in orde te stellen met tetanus en polio-difterie vaccinaties en ook vaccins tegen Hepatitis A & B zijn raadzaam. We raden je aan je gebruikelijke medicijnen mee te nemen en een kleine reisapotheek samen te stellen met o.a. een middel tegen keelpijn, verkoudheid en darmstoornissen. Voor meer informatie, vraag raad aan je huisarts of het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen (Reisadvies: 03 247 66 66 of surf naar www.itg.be).

Betalingen & hotels

Wisselkoersen

Eurobiljetten zijn ter plaatse gemakkelijk aan goede koersen om te wisselen naar Ringgit, de lokale munt. Zorg voor een mengeling van grote en kleine biljetten, in perfecte staat. De huidige wisselkoers kan je raadplegen door hier te klikken.

Betaalkaarten

Visa, American Express, Mastercard, etc. worden in de toeristische streken bijna overal aanvaard. ATM-bankautomaten zijn talrijk aanwezig in de toeristische streken voor cash afhaling van Ringgit met de Visa kaart of Maestro Bancontact.

Fooien

De bagagedragers in de hotels mag je maximaal één euro per koffer geven. Het is tevens gebruikelijk om chauffeurs en gidsen een tip van maximaal vijf tot acht euro ieder te geven op het einde van een dagtrip. Kamermeisjes en -jongens vinden graag een tip in de badkamer op het begin of einde van uw verblijf. In hotels en restaurants is de dienst meestal inbegrepen onder de vorm van een 10% ‘service charge’.

Comfort

Alle hotels in ons aanbod gaan van comfortabel tot luxueus, ze hebben een prima en complete inrichting en bieden een voortreffelijke service. Behalve de door ons voorgestelde hotels, kan tooku in principe elk ander hotel in Maleisië op aanvraag aanbieden.

Praktisch

Netspanning

220 volt. Je hebt een adapter met driepolige stekker met platte pinnen nodig. Wij raden je aan een universele stekker mee te nemen.

Tijdsverschil

West-Maleisië: Belgische tijd +7 uur in onze winter en +6 uur in onze zomer.

Transport

Moderne metertaxi’s zijn relatief goedkoop en overvloedig beschikbaar in toeristische gebieden, zodat zelfs de kortste afstanden makkelijk en zeer betaalbaar zijn per taxi. Zelf rijden met huurauto of motorfiets wordt ten stelligste afgeraden en hiervoor is het bezit van een Internationaal Rijbewijs absoluut noodzakelijk. Het Belgisch of Europees Rijbewijs zijn niet geldig in Maleisië. De minimum leeftijd voor de chauffeur is 21 jaar.

Klimaat

Maleisië ligt in de tropen en heeft een warm en vochtig klimaat met een gemiddelde dagelijkse temperatuur van 28°C. Hoewel je het hele jaar door regen kan verwachten spreekt men van een ‘vochtigere periode’ van oktober tot februari (noordoost moesson).Gelegen vlak boven de evenaar, komt de zon er het hele jaar op tussen 6u00 en 7u00 en gaat onder tussen 18u00 en 19u00.

Juni tot september

Droog seizoen met aangename temperaturen. Ideaal! Gemiddelde temperatuur op zeeniveau is ca. 26 à 30°C.

November tot maart

Het natte seizoen, met korte hevige regenbuien, veel bewolking doch nog veel zonnige periodes. Zeer warm en vochtig!

April, mei & oktober

Deze maanden zijn zeer aangenaam warm en zonnig, met sporadisch tropische regenbuien.